De delta en de mens

Tegenwoordig is de Nederrijndelta een zeer productief gebied, en enorm dichtbevolkt. De Randstad heeft meer dan 7 miljoen inwoners, en ongeveer 60% van het Bruto Nationaal Product wordt hier verdiend. Je kan dit gebied dus met recht wel het Blauwe Hart van Nederland noemen. Dit brengt echter wel gevaren met zich mee. Een groot deel van Nederland ligt namelijk onder zeeniveau, sommige delen wel tot zes meter lager! Daarom is er tegenwoordig een enorm netwerk van natuurlijke en menselijke kust- en rivierverdediging.

Al duizenden jaren lang wordt het Nederlandse landschap gevormd door een samenspel van rivieren en zeeën. Het grootste deel van Nederland bestaat dan ook uit sediment dat is meegebracht door de rivieren en de zeeën. Enerzijds nemen de rivieren sediment van hoger gelegen gebieden mee naar beneden. Anderzijds kon er bij zwaar weer en hoge golven veel sediment landinwaarts worden gebracht vanuit de zee. Tot en met de 10e eeuw zorgde de zee er voor dat er land bij kwam. Terwijl we tegenwoordig moeten uitkijken dat we niet worden verzwolgen door de zee. Dat komt omdat sinds de 10e eeuw de Noordzee zo diep werd, dat golven en stromen geen sediment meer van de bodem konden meenemen om op het land achter te laten. Daardoor veranderde de rol van de zee van landschepper naar landvreter.

Vanaf de 10e eeuw begon de mens ook zijn invloed uit te oefenen op het landschap. Alhoewel er daarvoor ook al mensen in Nederland woonden, hadden ze de technieken en de mankracht niet om veel te veranderen aan het landschap. Maar nu beginnen mensen met het ontginnen van veen, het omleggen van waterstromen, en het bouwen van dammetjes. Dit zorgde er voor dat flinke stukken land begonnen in te klinken, oftewel te dalen. Hierdoor kregen steeds meer boeren moeite met het ontwateren van hun grond, en de kans op overstromingen nam toe.

De afwatering van het akkerland is nodig, omdat de grond anders te nat is voor gewassen. Deze afwatering gebeurde door de aanleg van slootjes tussen de akkers, die uitliepen op de Rijn. Doordat de grond erg vruchtbaar was, en omdat de Rijn een goeie verbinding bood richting binnenland, had dit gebied een grote aantrekkingskracht op mensen. Steden zoals Leiden, Utrecht, Woerden en Alphen floreerden in de 12e eeuw. In de loop der eeuwen echter verplaatste de monding van de Rijnrivier, omdat de originele monding dichtslibde. Daardoor verschoof de monding verder naar het zuiden. Hierdoor werd niet alleen het afwateren bemoeilijkt, maar werd de aansluiting naar het binnenland ook minder begaanbaar.

Door de verplaatsing van de monding, en doordat de techniek steeds verder vorderde, kwam een ander gedeelte van Nederland in een groeispurt. Het gebied rond Amsterdam kon enorm groeien. Het gebied stond in direct contact met de zeeën, er lagen vruchtbare gronden met rivieren in de buurt, en doordat er dammen en dijken werden gebouwd, had men bescherming tegen de zee.

Men leerde hoe de vorming van eilandjes in de delta te beïnvloeden was, en hoe de vorming van de rivier deels gestuurd kon worden. Natuurlijke eilanden weren versterkt met dijken om ze te behouden, en kribben werden aangelegd om de sedimentatie te versnellen. Je zou denken dat door deze verbeterde technieken van dijken en het inpolderen van gebieden de dynamiek van de delta aan banden werd gelegd. Dat is niet het geval, het overstromen, aanslibben en uitslijten gebeurde nog steeds in de delta. Soms zelfs nog wel heftiger dan eerst, de mens heeft de natuur nog zeker niet onder controle.

Desondanks bloeit Nederland in de 16e eeuw, en de bevolking groeit van 1 naar 2 miljoen mensen. Al die mensen moeten natuurlijk ergens wonen, en daarom ging het inpolderen van land in een nog hogere versnelling.

Technieken verbeteren en de populatie neemt toe. De verdediging tegen het water wordt sterker. De Afsluitdijk wordt aangelegd in 1932 om de eens zo ruige Zuiderzee om te vormen tot het IJsselmeer. Na de watersnoodramp van 1953 worden ook de deltawerken aangelegd, waarmee zeeën en rivieren eindelijk bijna geheel onder controle zijn. Sinds de jaren zestig is er ook steeds meer ruimte gekomen voor natuur en milieu, daaruit zijn projecten als Ruimte voor de Rivier ontstaan. Met dit soort projecten, krijgen rivieren vaak bredere uiterwaarden, waar vaak waardevolle en zeldzame plant en diersoorten zich kunnen vestigen.

Advertenties