Dijken

dijkOf je nou wel of niet gelooft dat er meer is tussen hemel en aarde, de bekende quote: “God heeft de wereld gemaakt, maar de Nederlanders maakten Nederland” geeft wel goed weer hoe erg de Nederlanders het Nederlandse landschap hebben aangepast naar hun eigen zin. We hebben enorme stukken land laten rijzen uit voormalige zee (Flevoland) voor landbouwgrond, we hebben rivieren verlegd en rechtgetrokken voor de scheepvaart, en we hebben enorme muren in het water gebouwd als bescherming tegen de zee. Deze muren in het water zijn natuurlijk de vele dijken en dammen die je overal door Nederland aantreft. Door al deze dijken en dammen kunnen we veel beter controleren wat er met al het water om ons heen gebeurt. De zee zal niet ineens het land binnenstromen, en we zullen niet zomaar kniediep in het water staan. De eens zo ruwe Zuiderzee bestaat nu uit twee meren met grotendeels zoetwater. De dijken beschermen ons voor de kracht vanuit zee, en vormen samen met de duinen de verdedigingslinie tegen het water. Ook in het binnenland staan er vele kilometers aan dijken. Ze staan om de rivieren heen, en zorgen ervoor dat ook het binnenland de voeten droog houdt als de rivieren buiten hun normale oevers treden. Al deze dijken zijn hard nodig, omdat een groot deel van Nederland onder zeeniveau ligt. Het laagste punt ligt zelfs meer dan 6 meter onder zeeniveau! Dat betekent dat als de dijken er niet zouden zijn, een groot deel van Nederland onder water zou liggen. Dat is goed te zien op dit filmpje:

 

Al deze dammen en dijken bieden ons veiligheid, maar hebben ook een keerzijde. De dijken vormen natuurlijk een barrière voor migrerende vissen. Deze vissen, zoals zalm en paling, moeten van zout naar zoet water zwemmen (en vice versa) om de plaats te bereiken waar ze zich kunnen voortplanten. Als ze dan niet langs een dijk kunnen zwemmen, kunnen ze zich ook niet voortplanten. De volwassen dieren en eieren hebben namelijk speciale condities nodig om respectievelijk tot paring over te gaan en te kunnen overleven. Daardoor wordt het voortbestaan van deze vissoorten onder druk gezet, en verdwijnen ze uit bepaalde gebieden. De paling bijvoorbeeld wordt, dankzij dijken en visserij, een steeds zeldzamere vis in Nederland. Een ander probleem dat ontstaat is dat het waterpeil in veel gebieden het hele jaar door gelijk blijft. Door in groot systeem van sluizen en afvoeren kunnen waterbeheerders heel precies bepalen hoe hoog het water staat. Dit kan dan worden afgestemd op de behoefte van boeren en voor een hoge veiligheid. Het probleem is echter dat veel dier en plantensoorten juist gebaat zijn bij een wisselend waterpeil. Het wisselen van het waterpeil heeft allerlei effecten op bijvoorbeeld de hoeveelheid zuurstof en andere stoffen  in de bodem, en geeft sommige planten ook de tijd om te settelen. Door het wisselende waterpeil ontstaan er op kleine schaal (de oeverrand) meerdere habitats. Zoals besproken op de habitatpagina zorgt een variatie in habitats ook voor een grotere diversiteit in dier- en plant soorten. Als het waterpeil het hele jaar door hetzelfde blijft, is de variatie in habitats dus een stuk kleiner, en zullen er op den duur in deze gebieden met gelijk waterpeil ook minder soorten overblijven.

Gelukkig wordt er ook gezocht naar oplossingen voor het migratieprobleem en waterpeilprobleem. Zo worden er in dijken steeds meer vissluizen aangelegd, dit zijn kleine sluizen waar vissen zonder problemen doorheen kunnen zwemmen, zonder dat de dijk inlevert aan veiligheid. Hierdoor kunnen de vissen wel door gaan met hun migratieroute. Met waterpeilen in verschillende gebieden wordt ook steeds meer geëxperimenteerd, samen met andere belanghebbenden zoeken natuurbeheerders naar een waterpeilbeleid wat zowel goed is voor de natuur als voor de boeren en de veiligheid.

Advertenties