Interactie tussen abiotische en biotische factoren

Dat abiotische factoren invloed hebben op levende organismen, is al besproken. Maar de biotische factoren kunnen ook de abiotische factoren ook sterk beïnvloeden. Levende organismen kunnen hun omgeving namelijk bedoeld of onbedoeld behoorlijk aanpassen. Het klassieke voorbeeld is natuurlijk de bever. Bevers bouwen dammen in de rivier, waardoor de stroomsnelheid achter de dam verdwijnt, terwijl voor de dam de rivier nergens meer heen kan. Daardoor zal de rivier een nieuw pad zoeken. Op deze manier kunnen andere stukken gebied onder water te komen staan. Bijna alle fysische, chemische, bodem en water factoren in het gebied worden op deze manier door de bevers beïnvloed.

Beaver_dam
Een beverburcht

Maar organismen kunnen zelfs op nog grotere schaal invloed hebben op de abiotische factoren, zelfs op de klimaatfactoren. Bossen bijvoorbeeld vangen veel licht op en zetten die om in plantmateriaal. Doordat al dat licht wordt weggevangen blijft het onder de bomen natuurlijk donkerder, maar de temperatuur in het hele gebied blijft ook een stuk lager! Een ander voorbeeld dichter bij huis zijn de karpers in de vijvers en slootjes. Karpers wroeten vaak door de bodem heen op zoek naar eten. Hierdoor wordt het water flink troebel. Dit zorgt ervoor dat planten veel meer moeite hebben met groeien, aangezien er in dit gebied niet wordt voldaan aan hun eisen voor lichtintensiteit. Deze ingewikkelde kluwen van interacties tussen abiotische en biotische factoren, en interacties onderling vormen samen het ecosysteem. Door de enorme complexiteit is het heel lastig om goed te doorgronden hoe veel ecosystemen nou precies werken, maar gelukkig wordt er ook een hoop onderzoek gedaan.

Advertenties