Vismigratie

Sommige vissen leven hun hele leven op dezelfde plek, in hetzelfde slootje of onder dezelfde steen. Ze zijn compleet tevreden met het habitat en de niche waar ze zitten. En dan zijn er ook vissen die lak hebben aan randvoorwaarden voor hun omgeving. Zoet of zout water, warm of koud, donker of licht, ze kunnen alles aan. Er is een goede reden waarom deze vissen overal tegen kunnen. Ze reizen namelijk de halve aarde over om hun partner te vinden en nageslacht te produceren. Deze migrerende vissen wisselen dus van habitat in de loop van hun leven. Dit komt omdat verschillende habitats het beste zijn voor verschillende levensfasen. Neem bijvoorbeeld de zalm, als ie wordt geboren als klein zalmpje in een rivier zwemt ie stroomafwaarts naar de zee. Op zee is veel voedsel, en wordt de zalm groot. Als de zalm vervolgens geslachtsrijp is zwemt hij weer de zee over, stroomopwaarts terug naar zijn geboorterivier. Hier zal de zalm paren, eitjes leggen en vervolgens sterven. Terwijl de zee een goeie plek is om eten te vinden, zijn de rivieren weer heel geschikt als broedkamer voor eitjes en jonge zalmpjes, weg van alle grote roofvissen van de zee. Deze voordelen zijn zo groot dat de zalm bereid is duizenden kilometers af te leggen om zijn geboorteplek weer te bereiken.

Tijdens deze reis worden veel zalmen natuurlijk ook opgegeten door roofdieren, je kent vast wel de filmpjes van beren die zalm staan te vangen in de rivier. Omdat er zoveel dooien vallen tijdens deze reis, leggen de zalmen ook enorm veel eitjes. Wel duizenden per zalmvrouwtje! Van die duizenden eitjes, bereiken er maar enkele zalmen weer een geslachtsrijpe leeftijd. Elke levensfase bij de zalm brengt weer andere gevaren en predatoren met zich mee. Eén daarvan is de mens, maar daar lees je hier meer over.

Levenscyclus paling
Een andere vis die de wereld over zwemt: De Paling

Maar hoe lukt het een zalm toch om die enorme afstanden af te leggen, en weer terug te keren naar de plek waar ie geboren is? Het eerste stuk is redelijk makkelijk. Als de jonge visjes geboren worden in de rivier laten ze zich langzaam met de stroom meevoeren. Eenmaal bij de riviermonding zwemmen ze de zee in, achter de hogere zoutconcentraties in het water aan. In de open oceanen doen ze zich te goed aan allerlei kleinere vissen en groeien ze op. Als ze bijna geslachtsrijp zijn, willen ze weer terug naar hun geboorterivier. Maar heb je weleens geprobeerd om op gevoel vanuit Zuid-Spanje naar je eigen huis te lopen? Dat is best moeilijk. Gelukkig hebben de zalmen een GPS bij zich, natuurlijk niet van TomTom. Want hoe zouden ze die bedienen, met hun vinnen? Die apparaten zijn niet ingesteld om gebruikt te worden door vissen. Nee, de zalmen hebben een intern orgaan waarmee ze het magnetische veld van de aarde aanvoelen. Hiermee kunnen ze zich best aardig oriënteren, en weten ze welke kant ze moeten op zwemmen. Hun GPS-orgaan is alleen niet enorm precies, en ze kunnen ongeveer op een kilometer of vijftig nauwkeurig de riviermonding vinden. Vanaf hier switchen ze naar hun reukorgaan. Het water dat door een rivier stroomt krijgt namelijk zijn eigen geur. Deze geur verschilt per rivier, omdat er stoffen vanuit de bodem en van het land in het water komen. De combinatie van deze stoffen is voor elke rivier anders. Bij de rivier aangekomen moeten de zalmen tegen de stroom in gaan zwemmen. Dit vergt een hoop energie, en ook hier sneuvelen een hoop zalmen van de uitputting. De zalmen kunnen flinke sprongen maken om verder stroomopwaarts te komen. Maar als ze dan eindelijk in rustig water zijn, op de plek waar ze zelf ter wereld kwamen, kunnen ze zich gaan voortplanten, en begint de cyclus weer opnieuw.

Zin in een spelletje waarin je palingen helpt hun toch te maken? Klik dan hier!

Advertenties